Schouwen-Duiveland

Schouwen titel2

17 mei 1940

Wat generaal Durand had gevreesd gebeurde in de kleine uurtjes van 17 mei. Met stormboten en pontons staken de Duitsers over van Tholen om 2.30 uur, wel niet naar Zuid-Beveland, maar naar Schouwen-Duiveland. Weliswaar is de afstand tussen Tholen en Schouwen-Duiveland de helft van de afstand tussen Tholen en Zuid-Beveland, maar het principe is hetzelfde. De Nederlandse  bezetting werd verrast. Om 7.00 uur was het hele eiland in handen van de Duitsers. Slechts de troepen onder bevel van majoor Meijer hadden in Zierikzee tegenstand geboden. Dat had de Nederlanders enige verliezen gekost". De Duitsers hadden  drie doden te betreuren'". De Bath II (onderzoekingsvaartuig Kon.Marine) lag in de morgen van 17 mei bij de ingang van het Krabbegat, vlak onder de kust van Schouwen. Daar hoorde de commandant van een Nederlands militair dat Schouwen-Duiveland had gecapituleerd en besloot onmiddellijk het anker te lichten en naar buiten te varen. Maar bij het hiervoor  noodzakelijke rondzwaaien, nadat het anker was  gelicht, kwam de ketting van de boei, die daar lag, in de schroef en kon niet worden geklaard. De commandant liet de witte vlag hijsen en wachtte de gebeurtenissen af. Die kwamen heel spoedig in de vorm van de Franse chasseurs 6 en 41 die in de vroege ochtend het door de Duitsers bezette eiland Tholen hadden beschoten. De commandant van deze groep chasseurs probeerde verbinding met het bewakingsvaartuig met de witte vlag te krijgen. Dat lukte niet. De commandant van de Bath II deed toen nogmaals een poging om van de boei los te komen door de machine te laten doordraaien. Dat lukte toen wel, maar hij liet na de Nederlandse vlag hijsen. De  commandant van de Franse chasseurs had inmiddels de overtuiging gekregen dal het Nederlandse bewakingsvaartuig zich aan de Duitsers wilde overgeven en had het vuur geopend. De commandant van de Bath II zette daarop het schip aan de grond "... waarna de bemanning overboord sprong en onder het artillerievuur van de Chasseurs, zwemmende aan land kwam en het schip in handen van de Duitse bezetting viel".
Bron: Dr. F. Snapper, Mars et Historia


Collaboratie op Schouwen-Duiveland
Schouwen-Duiveland telde in de oorlog ongeveer zevenhonderd collaborateurs. November 2017 verscheen de studie Collaboratie op Schouwen-Duiveland in de Tweede wereldoorlog. Vijf vragen aan schrijver Jop Steenhof de Jong.
Waren er ook echte landverraders?
,,Een stuk of tien en die hebben allemaal lijntjes naar Arnold Ilcken, hoofdingenieur van het waterschap en oprichter van de eilandelijke NSB. Hij staat bekend als ‘de man die het eiland onder water zette’. Ik durf Ilcken wel de spil in het pro-Duitse verhaal te noemen. Nummer twee is Reinier de Waal uit Bruinisse. Hij was de olieleverancier van het waterschap. Toen de Duitsers de brandstoffenhandel overnamen, had hij geen werk meer. Ilcken maakte hem directeur van het arbeidsbureau. Hij werd gehaat omdat hij anti-Duitse mensen te werk stelde in Duitsland. Pro-Duitse eilanders bleef deze Arbeitseinzats bespaard. Na hun arrestatie werden NSB’ers in Zierikzee steevast met de brandweerauto naar de rechtbank gereden. Maar De Waal moest lopen. Onderweg werd hij beschimpt, bespuugd en met stenen bekogeld.”
Lees de overige vragen en antwoorden


Lees meer...

Aanwezigheid Duitse troepen

SCH DVL 1940 ordnungspolizei

Ordnungspolizei (1940)

SCH DVL 1940 vliegveld Haamstede

Op vliegveld Haamstede (1940).

Schouwen-Duiveland, Sint Philipsland en Tholen maakten deel uit van een kustsector die ook de Zuidhollandse eilanden, het Westland, Delfland, Rotterdam en de noordwesthoek van Brabant omvatte. De 719de Divisie, die in dit gebied stond opgesteld, had van juni 1941 tot augustus 1942 ook Walcheren en de Bevelanden moeten bewaken; toen Von Rundstedt midden-Zeeland aan het gezag van Christiansen onttrok, schoof 719 ID in noordelijke richting op. Voor de verdediging van Goeree-Overflakkee, Schouwen-Duiveland, Sint-Philipsland, Tholen en het zojuist genoemde deel van Brabant kon de divisie weinig meer dan één regiment infanterie - IR 743 - ter beschikking stellen.

Een troepenmacht van 1800 à 2000 man voor een gebied dat door brede getijstromen zo duidelijk in op zichzelf staande sectoren werd verdeeld! De regimentsstaf zetelde in Steenbergen. Eén bataljon was gelegerd op Goeree-Overflakkee, een tweede op Schouwen, het derde in de kleihoek van Brabant. Op Tholen was een toegevoegde pionierscompagnie ondergebracht; voor Duiveland en Sint-Philipsland stond geen man ter beschikking; het vaarwater Zijpe tussen beide werd evenwel bewaakt door een steunpunt der artillerie.

Het Schouwse bataljon vond onderkomen in Zierikzee, langs het Brouwershavense Gat en het vaarwater de Hammen, evenals op de duingronden in de Westhoek. De eenheid onderhield nauw contact met het bataljon bewakingstroepen van het vliegveld Haamstede. Van volledige samenwerking kon overigens geen sprake zijn: de bewakingstroepen waren nadrukkelijk bedoeld om te waken tegen sabotagedaden op de Fliegerhorst . Zij ressorteerden in de Duitse legerorganisatie - evenals in de Nederlandse - onder de luchtmacht; de feitelijke kustverdediging bleef aan de landmacht voorbehouden.

Een batterij luchtdoelartillerie, opgesteld in de Schouwse Westhoek, diende de belangen van beide. Een generaal van de Luftwaffe en de Kommandeur van 719 ID bogen zich in januari 1943 over de vraag of het vliegveld Haamstede moest blijven voortbestaan. Dat er geen enkel vliegverband gestationeerd was, pleitte voor opheffing; dat de grondverdediging de inzet van honderden manschappen vergde was een tweede argument. Anderzijds werd van belang geacht dat het terrein voor jachtvliegtuigen behouden bleef. Tot besluitvorming kwam het niet. De aanleg van vliegvelden in andere delen van het bezette gebied leidde in een later stadium van de oorlog wel tot verplaatsing van minstens één compagnie der bewakingstroepen te Haamstede. Nog zij vermeld dat bij Stavenisse op het eiland Tholen enig licht luchtdoelgeschut in stelling was gebracht.
Bron: Zeeland 40-45 deel 1

Lees meer...

Inundatie en evacuatie

De inundaties in de delta van Zuid-Holland en Zeeland in maart en april 1944 waren veel ingrijpender dan de onderwaterzettingen in bijvoorbeeld de Nieuwe Hollandse waterlinie. Het betrof hier zonder uitzondering inundaties met zout zeewater met alle extra schadelijke gevolgen vandien voor de landbouw en vooral de tuinbouw. Bovendien werden er veel uitgestrektere en aaneengesloten oppervlaktes geïnundeerd: hele delen van eilanden en zelfs nagenoeg complete eilanden. Onderwaterzettingen boden de mogelijkheid de Duitse kustverdediging in de delta op gelijke sterkte met andere delen van de Atlantikwall te brengen zonder dat daar extra troepenversterkingen voor nodig waren. Naarmate de oorlog vorderde werd het daarom steeds urgenter om tot grootscheepse inundaties van de delta over te gaan. Ten noorden van noorden van de Oosterschelde waren de inundaties het meest uitgestrekt. De eilanden Tholen en Schouwen-Duiveland verdwenen grotendeels onder water, evenals Sint Philipsland, het oosten van Goeree-Overflakkee, Tiengemeten en het zuiden van Voorne-Putten en de Hoeksche Waard.

 

(Bron: Verdreven voor de Atlantikwall)


Alle inwoners van Schouwen-Duiveland moeten vóór 5 maart geëvacueerd zijn, omdat het eiland door de Duitsers Onder water wordt gezet. Wat voor Schouwen-Duiveland geldt, dat geldt ook voor Tholen en voor een groot deel van Sint Philipsland. Ten noorden van de Zeeuwse eilanden worden Flakkee en delen van Voorne-Putten geïnundeerd. In totaal 60.000 personen moeten huis en haard verlaten. Daarmee is het de grootste volksverhuizing waarmee de delta in de oorlog te maken krijgt. Bekijk hier de officiële publikatie.
Er doen in de winter van 1943 op '44 al een tijdje geruchten de ronde dat de Duitsers delen van de delta onder water willen zetten. Want Duitsland heeft onvoldoende troepen om de hele westkust van Europa af te schermen tegen de dreigende invasie van de geallieerden. De oorlog die Hitler in Rusland en in noordelijk Afrika voert, vraagt immers veel manschappen en materieel. Als we - zo is de redenering van de Duitse militaire strategen - delen van het deltagebied onder water zetten, zullen de geallieerden daar niet aan land komen, want dan lopen ze vast in de modder. Dus hoeven we daar geen troepenmacht te concentreren.
Omdat de monding van de Westerschelde - de toegangspoort tot Antwerpen - wel een zware verdediging kent, gaat het alleen om de noordelijker gelegen eilanden, duidelijk de zwakke schakels in de Duitse kustverdediging. Even zijn er plannen om ook polders in midden-Zeeland, waaronder Noord-Beveland, onder water te zetten, maar dat gaat uiteindelijk niet door. Maar de inwoners van Schore, aan het Kanaal door Zuid-Beveland, krijgen begin februari wel te horen dat ze moeten evacueren, omdat de polder rond hun dorp onder water wordt gezet.
(Bron: Verjaagd door vuur en water)

Lees meer...

De tien van Renesse

Op 2 december 1944 maakte de Duitse leiding van Schouwen-Duiveland bekend dat alle mannen tussen de 17 en 40 jaar zich moesten melden voor de Arbeitseinsatz. Ze zouden naar Duitsland worden gevoerd om te werken in de oorlogsindustrie. Aan de gemeenteambtenaren van de nog bevolkte dorpen werd opdracht gegeven lijsten samen te stellen met de namen en verblijfplaatsen van deze mannen. In de gemeente Renesse kreeg het verzet gelegenheid van een paar ambtenaren om het bevolkingsregister weg te nemen en te begraven. Voor de ambtenaren betekende dit zo snel mogelijk onderduiken, wat niet meeviel op een eiland dat voor een derde onder water was gezet door de Duitsers. Bovendien reageerde de bezetter furieus. Juist op dat momentwas een bericht van de Engelsen binnengekomen, dat zij op woensdag 6 december een aantal verzetsmensen wilden oppikken, die behulpzaam konden zijn bij de voorbereidingen voor de bevrijding.

Kort te voren hadden vertegenwoordigers van de OD met succes weten te voorkomen dat Armeense soldaten (in Duitse dienst) van het 812 Armenier-Bataillon een nutteloze en voor het eiland mogelijk rampzalige opstand ontketenden tegen hun gehate meesters. Dit contact leverde onverwacht ook wat anders op. Twee soldaten bleken kaarten te kunnen verschaffen met de daarop de precieze locaties van de Duitse gschutsopstellingen en bunkers. Misschien was het mogelijk om de kaarten naar de geallieerden te brengen en zou een Armeense opstand gecombineerd kunnen worden met de dan ongetwijfeld vergemakkelijkte geallieerde aanval. Een van de leiders van de Armeniërs, onderofficier Jork Miekinian, wilde met de verzetsmensen meegaan om de geallieerden voor het plan te winnen. Tot de zeventien behoorden verder, de twee gemeenteambtenaren van Renesse, twee geallieerde militairen, een Nederlandse commando en onderduikers en verzetsmensen uit een aantal plaatsen op Schouwen-Duiveland. Afgesproken werd als ophaalpunt de dijk ten zuidwesten van Zierikzee. De eerste poging op 6 december 1944 mislukte wegens het barre winterweer. Op 7 december werd een tweede poging afgesproken op dezelfde tijd en plaats. Toen er geen contact gemaakt kon worden met de boot, de mosselkotter BRU 34, besloot men in groepjes naar huis terug te keren. Men stuitte daarbij op een patrouille van Duitse soldaten. Er ontstond een kort vuurgevecht. Zes mannen wisten te ontsnappen. De overigen vielen in Duitse handen en werden per boot overgebracht naar Goeree-Overflakkee. Alleen C. Lazonder, de gemeentesecretaris van Renesse, zwaargewond geraakt door de Duits geweervuur, kon niet mee reizen. Onderweg sprong de Armeense militair over boord en verdronk.

Lees meer...

Eindelijk bevrijd

Honderden vliegtuigen kwamen over
Burgh-Haamstede werd in de ochtend van 17 september opgeschrikt door een zwaar bombardement. Op verschillende plaatsen werd het afweergeschut van de Duitsers gebombardeerd. Vijf inwoners verloren daarbij het leven. Het bombardement bleek een voorbode te zijn van de operatie Market Garden. Om de weg vrij te maken voor de duizenden vliegtuigen die over de Kop van Schouwen moesten vliegen, werden de Duitsers bestookt. Operatie Market Garden was een geallieerd offensief om in één keer vanaf de Nederlandse grens door te stoten. Daarmee zouden in een klap alle grote waterwegen naar het Ruhrgebied overgestoken zijn. Parachutisten werden gedropt achter de vijandelijke linies. Uiteindelijk mislukte de operatie en de opmars van de geallieerden stagneerde. De start van de operatie Market Garden isniemand in deWesthoek ontgaan. Rond het middaguur kwamen de vliegtuigen. Dakota's die grote zweefvliegtuigen (met parachutisten en materieel) voorttrokken. De vliegtuigen werden ter bescherming begeleid door Spitfires en Mustangs. Uur na uur trokken de vlíegtuígen over. ,,Achter ons huis was een serre en daar hebben we de hele middag staan kijken naar al die toestellen die over trokken. Ook was het een mooi gezicht om die Spitfires telkens naar beneden te zien duiken, recht op het afweergeschut af" zegt Maarten Dijkman uit Haamstede, toen acht jaar.
De destijds zevenjarige Wim de Vrieze herinnert zich deze dag nog goed. ,,Mijn vader zei 'noe isten oorlog zó aot elope'" Dat bleek voor Schouwen-Duiveland allesbehalve waar. Het eiland moest wachten tot de lente van 1945. Twee dagen lang kwamen de vliegtuigen over en ondanks het bombardement op zondagochtend werd door de Duitsers vanuit de bunkers in de duinen bij Haamstede voortdurend op de vliegtuigen geschoten. De tweede dag moesten twee zweeftoestellen in de Westhoek een noodlanding maken. Een derde kwam neer bij Dreischor en een vierde maakte een noodlanding bij Nieuwerkerk. Ook een van de trekkende Dakota's kwam neer en werd verwoest.

Lees meer...

Samuel en de verwoesting: het laatste oorlogsjaar van Schouwen-Duiveland

De geallieerden begonnen enkele weken na de landing in Normandië aan de bevrijding van Noord-Frankrijk en België. De opmars ging verrassend snel. Het Duitse 15e Leger met circa 90.000 manschappen werd ingesloten. Voor de Duitsers was er slechts één ontsnappingsroute: via Zeeuws-Vlaanderen de Westerschelde oversteken naar Walcheren en Zuid-Beveland. 0p 4 september 1944 staken de eerste Duitse troepen over. Ook op Noord-Beveland, Tholen, Sint-Philipstand en Schouwen-Duiveland probeerden de Duitsers hun posities te versterken: De stag om de Schelde was in volle hevigheid losgebarsten. 0p 3 september viel de haven van Antwerpen in geallieerde handen. In de loop van september en oktober verloor het Duitse leger steeds meer terrein.

Op Schouwen-Duiveland zaten verschillende Duitse militairen die Walcheren en Zuid-Beveland waren ontvlucht. Vanuit Sint-Philipstand beschoten de geallieerden op 6 november de havens van Zijpe en Bruinisse. Hier lagen schepen met moegestreden Duitse soldaten. In die nacht landden ongeveer dertig geallieerde soldaten bij Zijpe om naar Bruinisse te gaan en te onderzoeken wat daar de landingsmogelijkheden waren. De geallieerden keerden terug met een aantal krijgsgevangenen.  Uit wraak richtten de Duitse soldaten grootscheepse vernielingen aan in Bruinisse. Ook werden Bruinisse en de overige dorpen op Duiveland, mede naar aanleiding van de landing in de nacht van 6 november, volledig ontruimd. 0p 2 december dwongen de Duitsers alle nog in Bruinisse aanwezige bewoners acuut te voet in de koude en donkere nacht te evacueren met achterlating van vrijwel al hun bezittingen. Het merendeel van deze burgers vond een onderkomen in de buurt van Renesse.

Lees meer...