De Koningin in Eede

Koningin-terugIn de ochtend van 13 maart 1945 verscheen aan de Nederlands-Belgische grens in Eede een gepantserde auto. Kort daarop stapte koningin Wilhelmina uit het voertuig. Zij werd opgewacht door commissaris der Koningin Quarles van Ufford en de griffier van Provinciale Staten. Vervolgens stapte de koningin onder luid gejuich van de plaatselijke bevolking over een van wit meel getrokken streep, een inderhaast aangebrachte symbolische aanduiding van de landsgrens. Een aantal fotografen en een enkele filmer legden de historische gebeurtenis vast, waardoor Eede korte tijd later landelijke bekendheid kreeg.

De terugkeer van de koningin naar Nederland was uit veiligheidsoverwegingen geheim gehouden. Zo ook voor de bevolking van Eede en Aardenburg. Pas kort tevoren was zij over het koninklijk bezoek ingelicht. Het feit dat Wilhelmina juist in Eede weer voet op Nederlandse bodem zette, was een flinke opsteker voor de plaatselijke bevolking.

Lees meer...

Oranjes terug in Nederland

Wilh 1944Koningin Wilhelmina staat begin 1945 te trappelen om naar Nederland terug te keren. Ze wil aan de slag om een nieuw Nederland te scheppen. Een Nederland van verzetshelden en Engelandvaarders. Haar eerste bezoek aan het bevrijde Nederland heeft plaats op 13 maart 1945. Die dag stapt zij om een minuut voor halfeen de Belgisch-Nederlandse grens over in Eede, bij Aardenburg in Zeeuws-Vlaanderen. Het is een sobere rentrée.
Zondag 18 maart woont zij een dienst bij in de Grote Kerk van Breda. De kerk is helemaal vol met evacués uit Zeeland, velen van hen in klederdracht. Tien dagen lang toert de koningin door Zuid-Nederland. Ze ontmoet veel mensen die het land willen vernieuwen.

Lees meer...

Ik zag de koningin ....

Ik zag koningin Wilhelmina terugkeren in Nederland
René Martens, Eede - Zeeland

"De Canadezen hebben Draaibrug en Eede bevrijd. Twee mannen uit Draaibrug, Vincent Naessens en Jopie Commelin, zijn de Canadese militairen in Aardenburg gaan waarschuwen dat de Duitsers vertrokken waren. Na de bevrijding in september 1944 konden we niet terug naar huis. Alles was kapot. We hebben toen negen maanden bij een broer van mijn vader in Maldegem, net over de grens in België, gewoond. Heel Maldegem zat vol met Nederlandse vluchtelingen. De school hield daarom een ochtend- en een middagklas. Ik kreeg schurft. Ik had heimwee naar ons huis. Elke middag liep ik de vijf kilometer naar Eede, waar ik in een zelf gemetseld hutje in de tuin mijn brood opat. Het gelukkigste moment van mijn jeugd was dat de werklui stellingen opbouwden om ons huis te repareren. Je had vlak na de oorlog niets. Sommige slimmeriken hadden hun zilvergeld begraven, maar mijn vader niet. Ik heb maanden op te kleine schoenen gelopen. Mensen verdienden bij door tabak en boter naar België te smokkelen. Dat was in de grensstreek de gewoonste zaak van de wereld."

Lees meer...