Het verjaagde water

INLEIDING
Na de bevrijding begon in 1945 het denken over de vraag hoe die stukgebombardeerde dijken, die ondertussen waren uitgesleten tot diepe stroomgaten, gedicht zouden kunnen worden. Weinig mensen weten dat men in die tijd serieus heeft geopperd Walcheren dat veranderd was in een binnenzee, maar voor goed aan het water over te laten, nu de bevolking toch al geëvacueerd was. Wie  schrikt  bij die gedachte, zal de emoties rondom de Hedwigepolder beter kunnen aanvoelen. Gelukkig heeft men anders besloten en begon toen  het werk om al die stroomgaten weer dicht en het land weer droog te krijgen. Bij dit onderdeel van de geschiedenis speelt de Nolle en unieke rol. Een rol die bij weinig mensen bekend is. Er was immers materiaal noch mankracht  noch ervaring voor dit enorme karwei. Door veel technische creativiteit – men moest alles nog bedenken en uitvinden – en de intense inzet van volhardende Zeeuwse en Nederlandse mannen, ingenieurs, opzichters, uitvoerders, Brabanders die zinkstukken maakten en Sliedrechtse baggerboeren is de dijk gedicht en het eiland gered. Een groot probleem was om naast mankracht aan materiaal te komen, dat van elders – de rest van Nederland was immers nog bezet  gebied – naar Walcheren vervoerd moest worden. Men moet daarbij wel bedenken dat de vaarwegen eerst nog vrij gemaakt moesten worden van zeemijnen. Door out of de box te denken is men er toen op gekomen om caissons, die bij de landing in Normandië waren overgebleven en torpedonetten die in de haven van Vlissingen door de Duitsers waren achtergelaten, te gebruiken om het gat te dichten. Het werk stond onder grote tijdsdruk, want als het niet lukte voor de winter van 1945/46 zou het eiland waarschijnlijk niet meer te redden zijn.
Bron: De KrommeElleboog

Direct na de bevrijding wachtte de taak het geïnundeerde Walcheren weer droog te maken. Hiervoor werd de Dienst Droogmaking Walcheren (DDW) in het leven geroepen. Met hulp van de geallieerden werd het gigantische karwei van de dichtmaking der dijken begonnen. Door ir. Jansen- hoofd Dienst Droogmaking Walcheren - was al in december besloten hoe de sluiting van de gaten moest plaatsvinden. Dat dit moest gebeuren stond buiten kijf, en ook dat het voor de winter van 1945/1946 moest gebeuren, aangezien dan de stormen het werk van de daaraan voorafgaande maanden gemakkelijk teniet zouden kunnen doen. Jansen koos voor de bij sluitingen gebruikelijke methode. Op de plaats van de definitieve sluiting, daar waar de geulen het diepst waren, zouden zogenaamde zinkstukken - grote, van rijshout gevlochten matten - worden neergelaten. Hiermee moest een dam worden gevormd die het op te spuiten zand en de te storten klei kon vasthouden. Ter weerszijden hiervan zou, vanaf het nog intacte deel van de dijk of vanaf de duinen, met zand en klei de rest van de dijk moeten worden opgeworpen. Op de rijshouten dam in het sluitgat moest dan op het laatst het resterende stuk dijk worden opgespoten tot een veilige hoogte was bereikt. Jansen overwoog of ook andere manieren zouden werken. 'Het ligt voor de hand dat men zich de vraag stelt of dat tijdrovende zinkwerk niet vermeden kan worden door de aanwezige bres ineens te dichten met behulp van een of meer te zinken vaartuigen. Doch hoe goed daarmede ook een golfwerend scherm kan worden opgebouwd, een werkelijke afsluiting kan men er niet mee krijgen.' Zijn directe chef, ir. C.J. Witteveen, was het met die conclusie eens: 'van het zinken van schepen in of vóór de bressen, of van betonnen caissons, voor welker gebruik wel stemmen opgaan, verwacht ik op onze zandige en aan hevige stormen in dit seizoen blootgestelde kusten, niet veel heil...'.
In november had Rijkswaterstaat ook al de schatting gemaakt dat voor de sluiting van de vier gaten onder meer een miljoen bossen rijshout, 350.000 bossen palen en een even grote hoeveelheid latten nodig waren. Begin mei voerden inmiddels elke week 100 tot 125 (militaire) vrachtauto's uit Brabant rijshout aan en kwam uit België elke dag per trein 200 ton steen, een hoeveelheid die kort daarna door het gebruik van schepen tot circa 2000 ton per week zou oplopen. Toen ook pas was er sprake van een stijgende hoeveelheid materieel. Omstreeks die tijd waren vier zandzuigers, een baggermolen, elf elevatorbakken, drie keileembakken. 23 zolderbakken, vijf sleepboten, drie drijvende kranen en zestien draglines beschikbaar, de meeste trouwens nog maar sinds een klein aantal weken Na mei 1945 nam ook het aantal arbeiders sterk toe. In januari 1945 was nog maar een dertigtal mannen aan de slag, in mei al 750 man en per 1 augustus was 1900 man bij de droogmaking betrokken. Het maximum werd eind november bereikt, toen er 3150 mannen werkzaam waren.
Dijkgat alg

krt inundering

Inundatie tegel

DenDoolaardDen Doolaard tegen 'de blatende bende der kankeraars’
Iemand die zich krachtig tegen de roddel verzette, was de medewerker van Radio Oranje, A. den Doolaard. Zijn werk moet een welkome steun in de rug van de regering zijn geweest. Den Doolaard hield gloedvolle betogen voor de radio, waarin de bewoners een hart onder de riem werd gestoken. Hij ergerde zich echter mateloos aan de kwaadsprekers die verantwoordelijk waren voor de stroom van kwaadaardige geruchten op het eiland. “De blatende bende der kankeraars”, noemde hij ze.
Den Doolaard werd zelf zo gegrepen door de gebeurtenissen op Walcheren dat hij besloot zijn diensttijd uit te dienen op Walcheren. De naam A. den Doolaard was een pseudoniem voor Cornelis (Bob) Spoelstra. Bob werkte eerst voor een illegale verzetszender voordat hij vaste medewerker en verslaggever bij Radio Oranje werd. De auteur had grootse plannen voor een roman over Walcheren – deze zou verschijnen onder de titel 'Het verjaagde water’. Een maand na de bevrijding van Nederland werd het boek alvast aangekondigd in een nieuwsbericht in de krant ‘De Waarheid’, van 26 juni 1945, en een paar dagen later ontving de hoofdingenieur van Rijkswaterstaat in Middelburg, P.Ph. Jansen, een brief van Den Doolaard. Hierin verzocht de schrijver om diens hulp bij het maken van het boek.
Den Doolaard schreef dat hij het plan voor het boek al in de winter van 1945 bij zijn eerste bezoek kreeg. “De aanblik daarna, van Walcheren vanuit de lucht, heeft mij nog in dit voornemen versterkt. Ik heb er de radio voor vaarwel gezegd, en ook enige andere aanbiedingen op journalistiek gebied afgewezen.” Hij liet weten dat hij over een dag of tien op Walcheren zou aankomen om er te worden gedetacheerd in dienst van het leger. “Ik blijf echter voorlopig in dienst van de regerings-voorlichtingsdienst, en zolang deze nog bestaan blijft, van de Sectie Voorlichting M.G.” Hoofdingenieur Jansen antwoordde “vanzelfsprekend alle steun” te willen geven. “Het verheugt mij zeer dat Ge spoedig naar Walcheren komt om in een boek vast te leggen wat leeft in de harten van de Walcherse bevolking.” Den Doolaard zou als verbindingsofficier van het Militair Gezag (Sectie XI; voorlichting) worden gedetacheerd bij de Dienst Droogmaking Walcheren (DDW).
Bron: Zeeuws archief 

Foto: A. de Doolaard (links) (klik voor vergroting)


Er was een tekort aan menskracht en materialen en er moest heel sterk worden geïmproviseerd. Mijnen vormden aanvankelijk een groot probleem. Pas met de bevrijding van Noord-Nederland in mei 1945 kon al het materiaal van de Maatschappij tot Uitvoering van Zuiderzeewerken vanaf het IJsselmeer worden vervoerd naar Zeeland. Bij het beëindigen van de oorlog kwam ook veel oorlogsmateriaal van de geallieerden beschikbaar zoals vrachtwagens en bulldozers. Men probeerde op de traditionele manieren de gaten in de dijken te sluiten; met zinkstukken en stortsteen, met kades van klei waar tussen zand werd geperst. Het verval was te groot, en er stonden zware stromen in de geulen. Mede onder invloed van Engelse liaison-officieren werden onorthodoxe methoden gebruikt. Reeds bij discussies over de aanleg van de Afsluitdijk was er hevig gediscussieerd over het gebruik van beton voor de aanleg van deze dijk. Uiteindelijk koos men voor de traditionele manier. 

Dijkherstel Dijkherstel2

ritthem bootdienst

 

Ritthem : bootdienst

De totale breedte van de bressen was bijna drie kilometer toen in juli 1945 de operatie om de gaten te sluiten goed op gang kwam. De Nolledijk bij Vlissingen werd op 3 september gesloten, om drie weken later door slecht weer opnieuw door te breken. Op 2 oktober werd het gat weer gesloten. Op 12 oktober was ook de dijk bij Westkapelle gedicht, korte tijd later -op 23 oktober- gevolgd door het gat bij Veere. Het westelijke deel van Walcheren, 14.000 hectare groot, was hiermee afgesloten. Tussen Veere en Middelburg werd in de dijk van het Kanaal door Walcheren een gat gemaakt waarna de droogmaking zonder pompen plaats kon vinden door bij eb de sluizen in Vlissingen en Veere open te zetten. Half december was het grootste deel drooggevallen, waarna gemalen het resterende water naar buiten pompten.


Westk 1945 rijswerkerEr zijn in heel Nederland maar een paar duizend rijswerkers.

De beste wonen aan de Merwede, in Sliedrecht en Werkendam en de Werkendammers denken weer van zichzelf, dat ze de beste van de beste zijn. Maar samen vormen ze een volksstam apart. 's Winters leven ze in keten in de grienden van de Biesbos, om het ontbladerde rijshout te kappen; daarom worden ze soms minachtend grienduilen genoemd. 's Zomers trekken ze voor de afwisseling uit de wildernis naar de eenzaamheid. Dan wonen ze weer in keten, of in woonarken, op verlaten plekken aan de kust en de rivieren, daar, waar dijken moeten worden hersteld of oevers verdedigd, nieuwe dijken gelegd of strandhoofden gebouwd. Op die manier zijn ze altijd alleen met wind en water, met wolken en regen, met de zon en de modder; alleen met de getijdestromen, die het rythme van hun leven beheersen. Ze leven altijd onder elkaar, ver van de moderne wereld met haar wanhopige  ingewikkeldheden.
Ze gaan dagelijks om met de dingen, die bovenaan stonden op het lijstje, toen God met zijn scheppingen begon. Het water, waar ze tegen vechten; de aarde die zij moeten verdedigen; de dampkring, die hen het halve jaar doornat maakt; het vuur, waar zij hun dampende kleren bij drogen; de zon, die hun nekken verbrandt. Alle bedrijven zijn in de moderne tijd gemechaniseerd maar de rijswerkers doen nog altijd alles met hun grote handen, die het hele jaar door slechts omgang hebben met rijshout en wilgeteen, trossen en lijnen, ankers en roeispanen, zinkstukken en stortsteen. Daardoor zijn hun handen uitgegroeid tot brede werktuigen, die met een zwaar gewicht aan hun armen hangen; en hun schouders zljn spierbulten geworden van het sjorren aan de trossen en het tillen van de steen. Meestal steken hun benen in hoge waterlaarzen daarom loopt een rijswerker wijdbeens, met hangende handen, de rug een beetje gebogen, alsof het zware gewicht van zijn schouders hem vooroverdrukt.
De rijswerkers zijn onder de mensen, wat de St. Bernhardshonden onder de viervoeters zijn: goedige reuzen; en onder de honderden arbeiders, die naar Walcheren kwamen, was het niet moeilijk de rijswerkers uit te pikken.
Bron: Het verjaagde water 

Nolledijk zinkstukken Rammekens dijkwerkers zinkstuk Veere zinkstuk steenstort
Nolledijk: vervaardigen zinkstukken Rammekens: dijkwerkers met zinkstuk Veere: zinkstuk met steenstort