Scheldeslag: Commentaar en nabeschouwing

Waarom zo onbekend?
Een 85 dagen durende veld-, zee- en luchtslag in Nederland aan het eind van de WOII. Doel van de slag was het bevrijden van de oevers van de Westerschelde, ten einde de havenstad Antwerpen te kunnen gebruiken voor verse fourrage van de geallieerde soldaten, Deze in Nederland in de WO II grootse Slag zorgde ervoor dat Zuid-Nederland werd bevrijd en dat de geallieerden de rest van Europa konden bevrijden. Er vielen hierbij 50.000 slachtoffers ( burgers, geallieerde – en Duitse soldaten). Er vielen ongeveer 2000 burgerdoden (Zeeuwen en Brabanders). De meeste slachtoffers vielen onder de Canadezen. (* het is in mijn ogen absurd dat kinderen op school wel de Slag bij Waterloo leren, en niet deze voor het winnen van WOII zo belangrijke slag.)
Bron: Carla Rus (2015)

Lees meer


Schelde of Arnhem?
Reeds op 4 september 1944 werd dit doel bereikt en de zuivering van de stad en de havenwerken namen slechts enkele dagen in beslag. Doel bereikt? Generaal Brian Horrocks, commandant van het Britse 30e Legerkorps en verantwoordelijk voor de veldtocht naar Antwerpen, heeft na de oorlog geschreven dat de verovering van Antwerpen op 4 september hem als een "ernstige vergissing" moet worden aangerekend: hij had die belangrijke havenstad links moeten laten liggen en vóór alles de 11e Armoured Divison moeten laten oprukken via een bruggehoofd over het Albertkanaal naar Woensdrecht en de landengte van Zuid-Beveland, om zo de aftocht van het Duitse 15e leger over de Schelde af te grendelen.
Lees meer

Bron: De Tweede Wereldoorlog in woord en beeld


 

Montgomery's antwoord dat de operaties rond de Schelde naar wens verliepen, was voor Eisenhower onbevredigend. Tijdens de hierop volgende briefwisseling verscherpte de discussie zozeer dat de opperbevelhebber zich op 16 oktober gedwongen zag Montgomery onomwonden een order te geven. De in het nauw gebrachte veldmaarschalk kon niets anders meer doen dan er volmondig mee in te stemmen dat de operaties rond de Schelde een voorkeursbehandeling zouden krijgen. In zijn nieuwe directieven kwam dit duidelijk naar voren. Het I British Corps kreeg, zoals Simonds oorspronkelijk had gewild, de opdracht de aanvalsrichting te verleggen van Tilburg naar Bergen op Zoom. Het Second British Army, dat nu de operaties van het First Canadian Army moest steunen, ging zich volledig richten op de operaties in Midden en West-Brabant. Tevens moest het de 52nd (Lowland) Infantry Division afstaan voor de strijd in Zeeland. De rollen waren dus omgedraaid.  De 2nd en de 3rd Canadian Infantry Division, die beide al enige tijd in hevige gevechten om Woensdrecht en westelijk Zeeuws-Vlaanderen verwikkeld waren, merkten daar in eerste instantie overigens weinig van. Van een bewust uitstel van de operaties rond de Scheldemonding is na 4 september niet echt sprake geweest. Het feit dat binnen anderhalve maand nauwelijks vooruitgang werd geboekt, was veel meer aan de onjuiste en weinig doortastende afweging van strategische prioriteiten te wijten. Als gevolg van de moeizame verstandhouding tussen Eisenhower en Montgomery werd deze onduidelijke situatie niet tijdig gecorrigeerd.
Bron: De bevrijding van Nederland


 

Nieuwe termen in de oorlogsvoering

Door de gevechten in West-Zeeuws-Vlaanderen is het Canadees militair vakjargon uitgebreid met de nieuwe term Polder Fighting. De Canadese krijgshistoricus Terry Copp beschouwt de strijd op Zeeuws-Vlaamse bodem als één van de zwaarste operaties van de Canadezen in de Tweede Wereldoorlog. De Canadese troepen ervoeren de gevechten in de half overstroomde, onbeschutte polders tegen een veel taaier dan verwachte tegenstander als uiterst stressvol. Ze waren wekenlang tot op de huid nat en vochten minstens zo hard tegen de zuigende modder en de kou als tegen de vijand. Bijna een vijfde van alle verliezen aan manschappen zou te wijten zijn aan psychische oorzaken. Tijdens Switchback moesten meer dan vierhonderd soldaten uit de frontlinie gehaald worden omdat zij het oorlogsgeweld niet langer aan konden. Sommige van hen vonden dat de doden beter af waren dan zijzelf.

 

Het was met name het geallieerde oorlogsgeweld dat veel slachtoffers maakte. Dit had alles te maken met de Canadese tactiek om vijandelijke doelen, voorafgaand aan een aanval, intensief en langdurig met artillerie te beschieten en vanuit de lucht te bombarderen. Het doel daarvan was om de vijand ernstige verliezen toe te brengen, hem zo veel mogelijk te demoraliseren en levens van Canadese soldaten te sparen. Dat ook de bevolking het daardoor zwaar te verduren zou krijgen, werd beschouwd als een 'onvermijdelijk noodlot'. Voor deze wijze van geallieerde oorlogsvoering introduceerde de Britse historicus John Ellis in 1990 het begrip Brute Force (bruut geweld).Eén van de belangrijkste motieven voor deze tactiek was de overvloed aan geallieerd oorlogsmaterieel enerzijds en een voortdurend tekort aan manschappen anderzijds.

Bron: Slag om de Schelde 1944


 

 

Het nut van de herhaalde Canadese aanvallen op de Sloedam kan in twijfel worden getrokken. Het terrein met als enige doorgang een lange, smalle en kale dam, was sterk in het voordeel van de verdediger. Daarnaast waren in het gebied relatief veel Duitse militairen en ook zwaar materieel aanwezig. Luitenant-generaal Daser was immers door de geallieerde inundatie gedwongen de restanten van zijn divisie te concentreren op de delen van het eiland die niet onder water stonden. Het oostelijk deel van Walcheren was het grootste aaneengesloten gebied dat nog droog was. Bovendien verwachtte hij hier de voorzetting van de geallieerde opmars vanuit Zuid-Beveland, waardoor het element van verrassing volledig afwezig was. Ondanks aanzienlijke verliezen bleven de Canadezen hun aanvallen doorzetten, zelfs nadat andere geallieerde troepen vanuit zee al op andere piaatsen voet aan wal op Walcheren hadden gezet. De succesvolle landingen bij zowel Vlissingen als Westkapelle op 1 november 1944 maakten hun pogingen een doorbraak vanuit het oosten te forceren in feite overbodig. In reactie op deze opvatting wordt wel beweerd dat de Canadese aanvallen wel degelijk nut hebben gehad, juist ook voor het verdere verloop van de strijd omWalcheren. Door de inspanningen van de 5e Infanteriebrigade zou een belangrijk deel van de Duitse 70e Infanteriedivisie aan de verdediging van de Sloedam zijn gebonden en konden deze militairen niet elders op Walcheren worden ingezet. Dit argument is echter weinig steekhoudend. Door de inundatie, hun gebrek aan gemotoriseerd materieel alsmede het geallieerde luchtoverwicht waren de Duitsers immers sowieso niet meer tot grote troepenverplaatsingen in staat.
Bron: Slag om de Schelde 1944



De auteurs van De Slag om de Schelde 1944, Tobias van Gent en Hans Sakkers concluderen aan het slot van dit standaardwerk:
“Het onder water zetten van driekwart van Walcheren is in dit verband illustratief voor het geallieerde optreden. Het militaire voordeel van deze ingrijpende maatregel bleek in de praktijk verwaarloosbaar, ook al omdat de geallieerden de ontstane situatie, zoals het uitschakelen van het Landfront Vlissingen of de concentratie van Duitse troepen bij de Sloedam, amper wisten uit te buiten. De Slag om de Schelde in 1944 wordt daarom door betrokkenen herinnerd als een zware strijd onder moeilijke omstandig-heden, met relatief veel slachtoffers onder militairen en burgers, maar ook een van fouten en gemiste kansen.
Buiten Zeeland en Canada neemt de operatie tot het vrijmaken van de vaart op Antwerpen een relatief vergeten plaats in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in. Zij is in de schaduw blijven staan van D-Day, de Slag om Arnhem of het Ardennenoffensief. Wat hierbij zonder meer meespeelt, is het feit dat er bij de Slag om de Schelde weinig Amerikanen betrokken waren. De dominante positie van Amerikaanse geschiedschrijving en niet te vergeten van Hollywood betekent dat er in de wetenschap en ook in de populaire cultuur tot dusverre voor de Schelde-operatie veel minder aandacht is geweest dan voor de andere grote krijgsverrichtingen in Noord-West Europa in 1944 en 1945. Het was natuurlijk in letterlijke en figuurlijke zin een strijd op de flank en het veiligstellen van de bevoorrading spreekt minder tot de verbeelding dan de gevechten in de voorste linies tot in het hart van Duitsland. De dramatische nederlaag na de grootschalige parachutistenaanval bij Arnhem spreekt meer tot de verbeelding dan de zwaar bevochten overwinning om de Scheldedelta. Luitenant-generaal Simonds schreef dan ook na de oorlog dat als de aanval op Walcheren zou hebben gefaald zijn campagne net zo beroemd zou zijn geworden als de 'dappere luchtlandingen bij Arnhem'. Misschien vond ook Montgomery zelf de verovering van Zeeland niet uitdagend genoeg. Volgens zijn hoofd inlichtingen brigade-generaal Bill Williams, negeerde hij de Slag om de Schelde mede te lang omdat de Britse veldmaarschalk het geen interessante militaire operatie vond: 'het ontbrak aan glamour en deed geen appèl op zijn ijdelheid.' "

 

Terug hoofdpagina klein