Slag om de Schelde

Waarom zo onbekend?
Een 85 dagen durende veld-, zee- en luchtslag in Nederland aan het eind van de WOII. Doel van de slag was het bevrijden van de oevers van de Westerschelde, ten einde de havenstad Antwerpen te kunnen gebruiken voor verse fourrage van de geallieerde soldaten, Deze in Nederland in de WO II grootse Slag zorgde ervoor dat Zuid-Nederland werd bevrijd en dat de geallieerden de rest van Europa konden bevrijden. Er vielen hierbij 50.000 slachtoffers ( burgers, geallieerde – en Duitse soldaten). Er vielen ongeveer 2000 burgerdoden (Zeeuwen en Brabanders). De meeste slachtoffers vielen onder de Canadezen. (* het is in mijn ogen absurd dat kinderen op school wel de Slag bij Waterloo leren, en niet deze voor het winnen van WOII zo belangrijke slag.)
Wat betekent het voor Zeeuwen en Brabanders dat er jaar in jaar uit op het journaal in een achteloos bijzinnetje wordt gemeld: ‘Het zuiden was al bevrijd’? Alsof die bevrijding zonder slag of stoot is gegaan. Het tegendeel is het geval. Het was de heftigste veldslag op ons grondgebied. Voelen Zeeuwen zich door deze loochening miskend, achtergesteld, in de steek gelaten, misschien zelfs verraden door Nederland? Hoe is dit voor de mensen die het zelf hebben meegemaakt, zoals mijn 91-jarige vader Jaap Rus, een van de laatst overgebleven Zeeuwse verzetsmensen? Of voor de naoorlogse Zeeuw die de traumatische verhalen van zijn (groot)ouders in hoofd en hart meedraagt? Zoals voor Kees Traas en zijn zoon Stef, die het Bevrijdingsmuseum Zeeland hebben opgericht?
Bij mijzelf (ik woon al het grootste deel van mijn leven in de Randstad) roept het verbazing en schaamte op. De Zeeuwse historicus Hans Sakkers verwoordt het zo: “Holland heeft het monopolie op de visie op de oorlog.” Hij schrijft al jaren het ene goed gedocumenteerde boek na het andere over Zeeland in de oorlog. Vooral Zeeuwen lezen ze.
Wanneer ik het mijn vader vraag, kom ik de bescheiden, nuchtere Zeeuw in hem tegen: “De rest van Nederland was nog bezet en boven de rivieren had men nauwelijks weet van onze slag. Bovendien ging Holland die vreselijke Hongerwinter nog in. Ze hadden genoeg aan zichzelf. Na de algehele bevrijding van Nederland likte men overal zijn eigen wonden. De zwaar getroffen Zeeuwen waren te getraumatiseerd om de Slag om de Westerschelde uit te venten als de belangrijkste slag op Nederlands grondgebied. En toen de Zeeuwen zich net weer een beetje bij elkaar hadden geraapt, volgde begin 1953 de Watersnoodramp. Opnieuw 1800 doden. Weer verdronken de polders in het zoute zeewater, opnieuw raakte de kleigrond vijf jaar lang onvruchtbaar. Pas toen de kruitdampen op de slagvelden al lang waren opgetrokken en de grond droog was, gingen de Zeeuwen – ook ikzelf – pas beseffen welke historische slag hier in Zeeland was geleverd.
70 jaar na de oorlog staat de gewonnen slag op Zeeuws grondgebied nog steeds in de schaduw van de verloren Slag om Arnhem. Bij Arnhem vielen slechts enkele burgerdoden. Hierover zegt mijn vader: “Wij behoeven niet te concurreren, daar is de oorlog niet voor.”

Bron: Carla Rus (2015)


13 10 44 Nwe Tilburgse CrtDe slag bij de Schelde (2 oktober – 8 november 1944), is een offensief van de geallieerden, vooral geleid door Canadese troepen, gericht op het bevrijden van de haven van Antwerpen door de beide oevers van de Schelde in België en Nederland in te nemen. De haven van Antwerpen was cruciaal in het bevoorraden van de troepen aan het front dat zich over honderden kilometers uitstrekte. De grote havens aan het Kanaal en de Noordzee werden goed verdedigd en versterkt door de Wehrmacht, en het innemen van Antwerpen zou beslist geen makkelijke opgave worden.
Na de enorme mislukking van Operatie Market Garden krijgt het Eerste Canadese Leger zich de taak toebedeeld om de haven van Antwerpen in te nemen. Het offensief blijkt ingewikkeld te zijn. Er zijn vele amfibische operaties en open aanvallen op onbeschut terrein nodig. Terwijl de Duitsers goed zijn georganiseerd en versterkt, beschermd door artillerie en sluipschutters, de grond en het water zijn bezaaid met mijnen. De slag om de Schelde is bijzonder moeizaam en bloederig. Het kost het Eerste Canadese leger, geholpen door andere geallieerde troepen, bijna vijf weken om Antwerpen te bevrijden en controle over de Schelde te krijgen. Het offensief eindigt op 8 november 1944, nadat er aan geallieerde zijde 12.873 slachtoffers zijn gevallen. Maar het duurt nog tot 29 november, als het puin is geruimd en de haven is ontmijnd, voordat de eerste geallieerde bevoorradingsschepen aankomen in de haven van Antwerpen.

Bron: www.worldwar2heritage.com

 

<< Krantenbericht uit de Nieuwe Tilburgse Crt, 13 oktober 1944

 leopoldcanal

Leopoldkanaal
De Canadese 3e infanteriedivisie stuitte op taai en fel Duits verzet toen zij het Leopoldkanaal probeerden over te steken. De aanval werd uitgevoerd in twee stappen. De 7e brigade van de Canadese 3e infanteriedivisie maakte de eerste oversteek over het Leopoldkanaal, terwijl de 9e brigade de aanval over de noordelijke of kustzijde van de driehoek uitvoerde.
Lees meer

 


Samenvattend overzicht van de verschillende operaties binnen de Slag om de Schelde

Summary Battle of the Scheldt in English here


battle scheldt2

Klik op de kaarten voor een vergroting

Operaties Scottish Rifles

Operaties Scottish Rifles

Schelde of Arnhem?

Reeds op 4 september 1944 werd dit doel bereikt en de zuivering van de stad en de havenwerken namen slechts enkele dagen in beslag. Doel bereikt? Generaal Brian Horrocks, commandant van het Britse 30e Legerkorps en verantwoordelijk voor de veldtocht naar Antwerpen, heeft na de oorlog geschreven dat de verovering van Antwerpen op 4 september hem als een "ernstige vergissing" moet worden aangerekend: hij had die belangrijke havenstad links moeten laten liggen en vóór alles de 11e Armoured Divison moeten laten oprukken via een bruggehoofd over het Albertkanaal naar Woensdrecht en de landengte van Zuid-Beveland, om zo de aftocht van het Duitse 15e leger over de Schelde af te grendelen. Hij zei verder: "Het is nooit bij me opgekomen dat de Schelde vol mijnen zou liggen en dat we met de Antwerpse haven niets konden beginnen, als niet eerst de zeeweg erheen geveegd was en we de Duitsers van beide oevers hadden verdreven". Zijn aandacht en die van zijn directe chef, veldmaarschalk Bernard Montgomery, waren toen nog gericht op de Rijn en op Arnhem. Daar moest volgens de veldheren de beslissende slag gewonnen worden, om daarna diep in Duitsland door te stoten en zo een snelle beëindiging van de oorlog in Europa te forceren.Helaas, de Slag om Arnhem (17 tot en met 25 september) werd verloren en mede oorzaak van dit verlies was, ironisch genoeg, de gebrekkige aanvoer van voorraden. Montgomery, verantwoordelijk voor de gehele noordsector van het front, moest na de mislukking van de Slag om Arnhem toegeven dat de opening van de Scheldemond nu prioriteit nummer één was.
De Duitse generale staf zag ook in dat de vrije toegang van Antwerpen voor de geallieerden van cruciale betekenis was. Nadat generaal Gustav-Adolf von Zangen met zijn 15e Leger aan een omsingeling van de geallieerde troepen bij Calais had weten te ontsnappen, was het merendeel van zijn troepen (ongeveer 90.000 man) de Westerschelde overgestoken en had voor een sterke verdediging met een krachtige bezetting gezorgd rond de Scheldemonding. Een deel van Zeeuws-Vlaanderen werd geïnundeerd en de Duitse bezetters wachtten geduldig op wat komen zou. De Slag om de Schelde kon beginnen.
Bron: De Tweede Wereldoorlog in woord en beeld

Battle of the Scheldt Oct. 2 Nov. 8 1944 map West Zeeland krt

Van Duitse zijde werden de inwoners van Zeeland ook geïnformeerd over het verloop van de strijd. Dat hierin de realiteit wel eens anders werd weergegeven, laat zich raden. Twee berichten ter illustratie: Zwaartepunt verplaatst van Zeeland naar Brabant en Duitsers ontruimen Z-Beveland'.

 
Duitsers in de knel

De soldaten die de inwoners van vele Zeeuwse dorpen en steden op 4 en 5 september langs hun huizen hadden zien trekken, waren, zoals de Oost Zeeuws-Vlaamse OD-staf aan den lijve ondervond, niet de laatsten die zouden passeren. In feite zou de grote stroom daarna pas goed op gang komen. De soldaten van het Vijftiende Leger waren in een steeds benarder positie terechtgekomen, zeker nadat duidelijk was geworden dat een doorstoten in oostelijke richting dwars door de geallieerde linies niet langer mogelijk was.
Op 6 september was toen aan alle troepen, met uitzondering van die welke in de vestingen langs het Kanaal lagen, bevel gegeven 'über Walcheren und Zuid-Beveland sich der Einkesselung zu entziehen'. Die delen van Frankrijk en België waar nog Duitse troepen zaten werden dus, met uitzondering van Le Havre, Boulogne, Calais en Duinkerken, opgegeven. Hele divisies werden noordwaarts gedirigeerd en vanaf die dag nam het aantal soldaten die het Zeeuws-Vlaamse land doorkruisten verder toe. Wel heerste onder hen een grotere discipline dan onder de eerder langsgekomen soldaten, al zagen de militairen er nog steeds haveloos en dodelijk vermoeid uit.

De 344e infanteriedivisie onder leiding van Generalleutnant Schwalbe, die in Hoofdplaat zijn hoofdkwartier had gevestigd, werd opgedragen om vanuit West Zeeuwsch-Vlaanderen de oversteek van al die manschappen over de Westerschelde in goede banen te leiden. Het ook uit Frankrijk teruggekomen 89e legerkorps, dat met de supervisie van deze omvangrijke operatie werd belast, kon op 7 september vaststellen 'dass durch 344. I.D. Übersetzorganisation bereits zweckmässig aufgebaut is'. In Terneuzen was het overzetten van de daar aanwezige troepen vanaf 9 september de verantwoordelijkheid van de 17e Luftwaffe Felddivision. Het zwaartepunt lag overigens op de route Breskens-Vlissingen. Uit andere havens langs de rivier vonden nauwelijks afvaarten plaats. Gevechtstroepen met hun wapens en materieel hadden bij de oversteek voorrang, opdat zij zo snel mogelijk weer aan het front konden worden ingezet.

In Zeeuw-Vlaanderen bleef een achterhoede van de 64. Division onder Generalmajor Knut Eberding. Deze manschappen, zo’n 14.000 met 500 mitrailleurs en mortieren, en ongeveer 200 anti-tank kanonnen en 70 stuks veldartillerie moesten tot de laatste man stand houden in de ‘Schelde-Fortificaties Zuid’, bij de Geallieerden bekend onder de naam, ‘Breskens Pocket’.

Bron: Zeeland 1940-1945, deel 2

scheldeslag2
 



 

In the fall of 1944, the First Canadian Army was assigned a daunting task - to clear Hitler's troops from both sides of the Scheldt Estuary between Belgium and Holland. For the Canadian volunteers, it was a battle against all odds.

As long as the Germans held control of the sea approaches and the long winding estuary, Allied shipping to the port would be impossible. Thus, the mere occupation of Antwerp was not enough. The task went to the First Canadian Army. Battle of the Scheldt: Hulst 1944

Festung Süd
Soms werden tussen de 20.000-30.000 artilleriegranaten per nacht op de Festung Schelde-Süd afgeschoten. Dat was tevens de reden dat ook de verzorging van de troepen in voorste lijn onophoudelijk haperde. Vooral de aanvoer van voeding stagneerde herhaaldelijk. Mede daardoor en door de wekenlange onafgebroken inzet in het geïnundeerde polderlandschap was het moreel van de frontsoldaten onder die omstandigheden dan ook volkomen geknakt. Hoezeer de Duitse aanwezigheid ook werd verfoeilijkt en hun tegenstand verafschuwd, hun strijdwijze dwong bij hun tegenstander diep respect af. Het is duidelijk dat de oudere Duitse soldaten er alles aan gedaan hebben wat in hun vermogen heeft
gelegen om de zuidelijke Westerscheldeoever voor Hitler-Duitsland te behouden. Het verzet van de voornamelijk uit oostfrontstrijders bestaande divisie stoelde, anders dan moeiteloos wordt aangenomen, hoofdzakelijk op een vaste kern van plichtsbewuste veteranen en propaganda. Hun optreden was zeker niet gebaseerd op fanatisme zoals de National Sozialistische Führung het wilde doen voorkomen want zelfs
 
hogere officieren waren door het motiverende karakter van de Duitse propagandavoering sterk beïnvloed. Hoewel vrijwel niemand het bestaan van de V2-raket kende, geloofde men er sterk in dat Duitsland met de V-wapens beslist de oorlog zou winnen. Sommigen koesterden een diepe haat tegen Gen.Maj. Eberding omdat die de ongelijke strijd niet had willen opgeven. Ook hij was stellig beïnvloed door propaganda. Toen hij op zijn weg in krijgsgevangenschap in de avond van 1 november op het hoofdkwartier van 2nd Canadian Corps aankwam, verklaarde hij daar desgevraagd: " Germans must fight because a Russian occupation is worse than war". Op 4 november kwam een einde aan de strijd om de Festung Schelde-Süd. Na vanaf 1 september onafgebroken in gevecht te zijn geweest, gaven de laatste Duitse soldaten zich over. De eindstrijd om de Festung, een hersenspinsel van Hitler zelf, had 53 dagen geduurd. Ook Hitler erkende de dappere strijd in de Festung Schelde-Süd. Tot dan was de haven van Antwerpen immers onbenut gebleven.
Bron: Vlucht en bevrijding


Mijnenveegacties
De meest directe en zichtbare bijdrage die de Koninklijke Marine leverde aan de bevrijding van Nederland, was de deelname aan de mijnenveegacties op de Schelde in de tweede helft van 1944. Drie dagen nadat Oostende was veroverd, vertrokken een Brits en een Nederlands flottielje mijnenvegers uit Harwich. De beide flottieljes stonden onder bevel van Captain T. Marsh van de Royal Navy. De Nederlandse eenheden waren de motormijnenvegers van de Ameland-klasse Hr. Ms. Putten, Hr. Ms. Beveland, Hr. Ms. Terschelling (II), Hr. Ms. Texel (II) en Hr. Ms. Ameland. Op donderdag 14 september werd met vegen aangevangen bij Oostende richting de Scheldemond. Het mijnenvrij maken van de Belgische kustwateren werd bemoeilijkt door een zware storm, maar de stormschade die de geallieerde mijnenvegers opliepen was niet van ernstige aard. Op 19 september liep HMS ML 216 op een mijn en werd ernstig beschadigd. Op 28 september werden vier van de vijf Nederlandse mijnenvegers afgelost door de Ameland-klasse motormijnenveger Hr. Ms. Rozenburg en de motormijnenvegers van de Duiveland-klasse Hr. Ms. Duiveland, Hr. Ms. Schokland en Hr. Ms. Walcheren. De Duiveland-klasse motormijnenvegers waren eveneens in Groot-Brittannië aangekochte houten mijnenvegers, maar dan van het zogenaamde 105 voet type. In totaal werden er dertien grondmijnen door de Nederlandse mijnenvegers geruimd voor de Belgische kust.
Lees het gehele artikel op Go2War2